Door Stijn van Pelt, Bart Toorenaar en Jack van Fraeijenhove.

De extase van de overwinning in de Klassieker, en de daaropvolgende ontgoocheling tegen Excelsior, het waren typische Feyenoord-weken. Een enkele sportieve piek omringd door de regelmaat van teleurstellingen. Het is aanlokkelijk om op de waan van de dag te reageren, toch proberen we die lokroep te weerstaan en ons te richten op de verdere horizon. De club staat namelijk op een scharnierpunt in haar geschiedenis. Na jaren van betrekkelijke beleidsmatige rust kan de beslissing van trainer Giovanni van Bronckhorst om Feyenoord na dit seizoen te verlaten wel eens het startschot zijn van roerige jaren. De club staat aan de vooravond van enkele cruciale veranderingen, niet in de laatste plaats de letterlijke verplaatsing van haar ziel naar een nieuwe thuishaven.

De verhuizing van de Kuip naar een nieuw stadion zal voor iedere Feyenoorder gepaard gaan met emotie. Velen betwijfelen de noodzaak van een nieuw stadion als de club nog zo worstelt met het beleid.  Met dat stadion alleen kom je er inderdaad niet. Een nieuw onderkomen is geen wondermiddel dat als smeerolie werkt voor de vastgeroeste organisatie. Wil Feyenoord in 2023 schitteren in een nieuw stadion zal op enkele cruciale beleidsterreinen het roer om moeten, wil de financiële impuls van een nieuw stadion verzilverd worden. Wij sommen de zes grootste plagen van de organisatie vandaag de dag op. Vandaag deel 1, morgen deel 2, gelijk verdeeld over de zes plagen.

Plaag 1: Technisch toevalbeleid

Over het technische beleid van Feyenoord in relatie tot de actualiteit is heel veel te zeggen. Iedereen kan zien dat er onvoldoende is door geselecteerd in de kampioensselectie, dat er teveel subtoppers gehaald zijn en dat de marktwaarde van de selectie bijzonder laag is. We proberen het daarom kort te houden.

Zeven constateringen

Zeven constateringen die je niet vaak bij Studio Voetbal hoort:

  1. De jeugdopleiding is van een leidende positie in Nederland teruggeworpen naar een 4e plaats en de gebrekkige scouting blijft een heikel punt.
  2. Van Bronckhorst heeft in ruim drie jaar tijd weliswaar vijf trofeeën uit deze groep weten te persen, maar er is onvoldoende progressie te bekennen op het gebied van het ontwikkelen van een voetbalfilosofie voor de club, de doorontwikkeling van jeugdig talent en een herkenbare speelwijze. Birrol Akkus schreef daar al eens deze treffende analyse over.
  3. Sinds de aanstelling van Fred Rutten is Feyenoord één keer kampioen geworden in een jaar dat alles op z’n plek viel en de kwaliteit van de selectie op orde was, zowel qua organisatie als qua mindset. In de overige drie seizoenen zijn we op 29 pt (14/15), 21 pt (15/16) en 17 pt (17/18) geëindigd. In het huidige seizoen staan we inmiddels 16 punten achter PSV. Dat zijn straatlengtes, zeker omdat we qua begroting inmiddels niet ver meer van PSV vandaan zitten.
  4. Europees gezien komt de redelijk goede campagne onder Fred Rutten komend seizoen te vervallen in de coëfficiënt. Dit Europese rampjaar werpt ons na een paar jaar aardig punten opgebouwd te hebben weer terug op de coëfficiëntenlijst. Waardoor eventueel af te dwingen Europese campagnes in de toekomst alleen maar lastiger zullen worden.
  5. PSV heeft dit seizoen een begroting van slechts vijf miljoen meer dan Feyenoord.
  6. Als we de beker niet winnen, is geen enkele doelstelling van overwinteren in Europa, bekerwinst en langdurig meedoen om de titel gehaald, is er op het veld noch in de marktwaarde van de selectie enige  progressie geboekt en is de kans groot dat de weinige sterkhouders die er nog zijn komende zomer allemaal vertrekken of stoppen.
  7. Voor de komst van Sjaak Troost als RvC-lid was er niemand met enige knowhow die Van Geel enig weerwoord kon bieden in het technische beleid. Het gebrek aan voetbalkennis in het Maasgebouw is een structureel probleem. Zeker als er dan ook nog eens investeerders in de vorm van de VvF, inmenging in het technische beleid verlangen.

Bovenstaande rechtvaardigt de vraag of Martin van Geel de juiste persoon is om de club op technisch vlak naar een hoger plan te tillen.

Wat is het plan?

Kunnen we met een nieuwe man aan het technische roer gaan werken aan de lange termijn? Wat is de rode draad? Welke spelopvatting is er te zien? Wat willen we uiteindelijk bereiken? Bij Feyenoord hoor je in interviews weinig over half-spaces, forechecking, de derde man vinden, linies overslaan, spelpatronen, automatismen. Nee, je hoort woorden als proces, zelfvertrouwen, pech, geluk, concentratie, compact spelen. Welk plan is er en hoe gaan ze het uitvoeren? Waarom vervalt het team in dezelfde fouten? Waarom blijven problemen in ons spel langdurig dooretteren en hebben we niet het vermogen om snel dit probleem te tackelen? Waarom spelen er spelers bij ons in een spelsysteem dat niet bij ze past? Waarom is er zo weinig persoonlijkheid bij elkaar gezocht? Waarom zie je spelers kapot gaan aan het keurslijf van het systeem? Als je iemand bij Feyenoord vraagt naar een spelvisie, komt er onsamenhangend gestotter uit. Stap één is om een allesomvattende voetbalvisie te ontwikkelen. De huidige voldoet nu niet, voor zover die bestaat.

Vaak hoor je: munten = punten. Op de langere termijn klopt dit, maar je moet die ‘munten’ wel goed benutten om ‘punten’ te vergaren. Een groot gedeelte van onze mogelijke successen in de komende decennia, gaan we enkel en alleen kunnen behalen door een combinatie van de best mogelijke faciliteiten en het best mogelijke beleid. Zowel technisch, als commercieel, als financieel.

Braafste jongetje van de eredivisie

Feyenoord heeft, zonder de inkomsten uit Europees voetbal, nog steeds een positieve kasstroom. In Nederland draaien PSV en Ajax zonder transfers en Europees voetbal een operationeel verlies. Wellicht moeten we overwegen dit strenge beleid iets te versoepelen in de toekomst, om op het veld wat beter voor de dag te komen, want daar wordt het geld echt verdiend. Doordat Feyenoord geen Europees voetbal begroot, is elke vorm van inkomsten daaruit een boost voor de financiële cijfers. Haal je de 30 miljoen (TV-gelden + wedstrijdbaten) van het CL-jaar weg uit de omzet van 99 miljoen, dan blijft er 69 miljoen over en heb je het over een ‘wages to turnover’-% van 50. Nog steeds ben je dan het ‘braafste’ jongetje van de Eredivisie. Als je, over de laatste drie seizoenen gezien, minder netto transfergeld binnenhaalt dan Heracles Almelo, dan geeft dat te denken. Er wordt binnen Feyenoord geklaagd over een gebrek aan investeringsruimte, maar benutten we de mogelijkheden om die te creëren?

Dat brengt ons meteen bij het tweede punt: het kopen van spelers. Waarom twee twijfelgevallen bij een subtopper halen voor vier miljoen, als je ook een ‘zekerheidje’ kan halen van 8 miljoen? In Amsterdam en Eindhoven durven ze grotere bedragen neer te leggen voor spelers. Wij komen er na een seizoen achter dat een speler van 3 miljoen niet voldoet en halen vervolgens de volgende speler voor 3 miljoen. Op die manier ga je financieel en sportief niet vooruit. Zeker niet als je vaak de verkeerde haalt.

Fox Sports scouting

Verder is het grote noodzaak om een scoutingsnetwerk op te bouwen. In de Serie A barst het van de talentvolle Poolse spelers, Ajax heeft de connectie gelegd met Zuid-Amerika, PSV heeft een band met Mexico. Feyenoord heeft vooral een band met de afstandsbediening. Als je de toppers goedkoop wil halen, zul je ze moeten gaan zoeken. Gooi oude scouts eruit en ga werken met een sterk verjongd scoutingsapparaat. Een scoutingsapparaat bovendien, dat goed overweg kan met data, video-analyses en de nieuwste technieken. Investeer in dat soort mensen en zorg ervoor dat je ze als TD serieus neemt.

Tot slot het belangrijkste punt: een goede, moderne trainer die de club op alle vlakken naar een hoger niveau tilt. Iemand die de hele structuur en de mentaliteit van een club kan veranderen en die geheel blanco naar de situatie kijkt. Feyenoord is niet de meest aantrekkelijke en makkelijke club voor zo’n trainer, maar ga ernaar op zoek. Een onervaren Duitser, een Belg die z’n sporen heeft verdiend, een talentvolle jeugdtrainer die z’n papieren nog moet gaan halen. Alles is beter dan de gebaande paden van Advocaat of de sentimenten rond Kuyt en Fräser.

Plaag 2: Een uitgeblust commercieel beleid.

Mark Koevermans

Marc Koevermans is sinds 2009 actief voor Feyenoord als commercieel directeur. In zijn eerste jaren verdiende de oud-tennisser een pluim door in lastige jaren voor de club sponsordeals met hoofdsponsors ASR en later Opel te beklinken. Ook de samenwerking met Diergaarde Blijdorp in 2013 oogstte goodwill en lof. Er werden subsponsor samenwerkingen getekend met bedrijven als ING en Shell. Toch kon Feyenoord de verschillen qua sponsoring met Ajax en PSV nooit overbruggen, integendeel, het gat is groter geworden.

In de meeste recente sponsordeal, met energieleverancier Qurrent, kreeg Koevermans een ‘assist’ van Boudewijn Poelmann. Poelmann is fanatiek Feyenoorder en eigenaar van stichting DOEN, de investeringstak van zijn Postcodeloterij, dat honderd procent moederbedrijf is van Qurrent. Greenchoice heeft inmiddels Qurrent gekocht, zal niet de shirtsponsor blijven en geeft als gulle geste Feyenoord twee jaar de tijd om een nieuwe hoofdsponsor te vinden. Een vuurproef voor Koevermans, die nu kan teren op de filantropie van de suikeroom, maar die straks een deal zal moeten closen

Online advertisement

Hopelijk begrijpt Feyenoord inmiddels dat het commerciële strijdtoneel naar het online domein is verschoven. Sponsoren kijken steeds meer naar bereik via online kanalen en willen weten hoe jij hun merk daarbij kan betrekken. Een merk als Feyenoord weet supporters te bereiken daar waar veel merken moeite hebben om mensen te bereiken met hun boodschap. Merken verschuiven hun offline budgetten naar online kanalen. Wat is het verhaal van Feyenoord naar die merken toe om ze binnen te halen?

Feyenoord is een club waar supporters enorm bij zijn betrokken. Een sterke troef die niet valt te onderschatten. De achterban activeren om zelf bijvoorbeeld casual kleding te ontwerpen, zoals een Teespring faciliteert, dat potentieel raakt Feyenoord niet aan. In een wereld waar de strijd meer en meer gewonnen wordt op creativiteit, kan je je eigen achterban gebruiken bij ideevorming voor bijvoorbeeld je merchandising.

Een merk dat voor 2,9 miljoen Nederlanders de favoriete voetbalclub is, zou zijn brand value beter moeten kunnen verzilveren. Sceptici beweren dat de keerzijde van de club, een verleden vol voetbalgeweld, sponsors afschrikt.  Toch geeft het te denken dat ook Ajax, dat de laatste jaren minstens net zo vaak in het nieuws is gekomen vanwege rellen, sponsors gretig aan zich weet te binden. Daarnaast weet iedereen die regelmatig in de Kuip komt dat de tijden van bandeloos supportersgeweld achter ons liggen. Kan Koevermans de club de komende jaren naar een hoger plan te tillen, in de wetenschap dat in de huidige Kuip commercieel niet veel meer valt te halen? Het valt te betwijfelen.

Plaag 3:Supportersbeleid gestoeld op wederzijds wantrouwen

Laatste training

Laatst werd de laatste training voor de Klassieker, niet voor de eerste keer, voor dichte deuren gehouden. Het open karakter van Feyenoord werd wederom met voeten getreden. Het besluit tekent de zeer moeizame verhoudingen tussen club en de achterban in de laatste jaren. Het huidige bestuur handelt nog steeds met dezelfde rigide strengheid die voormalig algemeen directeur Eric Gudde in 2008 introduceerde. Waar het beleid toen voortkwam uit de recente trauma’s van de club in Nancy en de hevige rellen met Ajax in 2005 en ‘06, verdienen de supporters inmiddels meer krediet.

Joris van Benthem

Een onderbelichte factor in de moeizame verhoudingen tussen club en achterban, is de rol die huisjurist Joris van Benthem speelt. Van Benthem, ironisch genoeg op handen gedragen door zijn onnavolgbare verdedigingen bij de tuchtcommissie van de KNVB, is invloedrijk. Hij speelt een leading rol in de communicatie met de supportersvereniging over evenementen rond wedstrijden, en is hierin weinig toegeeflijk. Gezegend met een olifantengeheugen kan hij elke boete die de club heeft ontvangen door misdragingen van supporters oplepelen. Met die herinneringen in zijn achterhoofd lijkt het alsof Van Benthem supportersacties vooral ziet als potentiële kostenpost, in plaats van een kans om een unieke sfeer te creëren.

Het Feyenoord gevoel

Nu kan iedereen zijn twijfels hebben of een sfeervolle laatste training spelers beter laat voetballen tegen Ajax, maar dit soort momenten bepalen voor veel supporters mede het Feyenoord-gevoel. Waarom zou je een eerste training van het seizoen doelbewust op een maandagmiddag plannen, wat het schier onmogelijk maakt voor een werkende vader om deze met zijn kind te bezoeken? Waarom acteert de club zo krampachtig rondom tradities die op zich weinig kwaadwilligs om het lijf hebben? Is de huidige generatie bestuurders bij Feyenoord bereid om de handreiking te doen naar supporters? Gerechtvaardigde vragen die beantwoord moeten worden om een gezondere relatie te bewerkstelligen en de patstelling te doorbreken.

Kijk eens naar hoe bijvoorbeeld een Willem II met zijn fans omgaat; een oogje dichtknijpend als er bij een training voor de derby met NAC vuurwerk wordt afgestoken, de club is in gesprek met de fanatieke King Side om sfeeracties te gidsen in plaats van te verbieden. Daar kan Feyenoord wat van leren. De club moet begrijpen dat je het clubgevoel kan aanzwengelen door af en toe tolerant te zijn voor zaken die niet precies binnen de letter van de wet passen, maar die wel de sfeer tussen club en supporters kunnen verzachten. Wil je de spiraal van wederzijds wantrouwen doorbreken, is dat besef cruciaal.

Plaag 4: old-fashioned communicatie- en mediabeleid

Nieuw stadion

Op 21 december werd niet onbelangrijk nieuws gemeld voor Feyenoord: een nieuw stadion kwam een flinke stap dichterbij door een akkoord op de concept financiering. Je zou denken: zo’n stap in de toekomst van de club verdient wel wat toelichting richting supporters over het hoe en waarom. Maar niet bij Feyenoord. Officieel ligt de communicatie rondom het stadion bij de projectgroep en niet bij de club, maar een interview vanuit directie over de beweegredenen achter zo’n kolossale stap zou voor een geïnteresseerde supporter waardevol zijn. Nee, Feyenoord kiest er voor een kostbare glossy Magazine te herlanceren met zouteloze items. Symbolisch voor het communicatiebeleid van Feyenoord.

Sinds de dag dat Raymond Salomon de scepter zwaait is het passiviteit troef. Salomon is de typische old-school PR-man, die zijn directieleden in bescherming neemt tegen een barre, boze buitenwereld. Niet zelf het initiatief nemen over hoe je een verhaal naar buiten brengt, maar reactief te werk gaan als de stront de propeller heeft geraakt. Neem bijvoorbeeld de vele maatschappelijke initiatieven die Feyenoord in de stad initieert. Je hoort er nooit wat over, omdat er niet over wordt gecommuniceerd.

Kritiekloos

Die passiviteit vertaalt zich ook in een moeizame relatie met de pers. Officieel zijn Metro en RTV Rijnmond de mediapartners van de club, maar wat dat partnerschap precies inhoudt mag Joost weten. Tot goede, inhoudelijke informatievoorziening leidt het niet vaak, en het is de vraag of zulke media daarvoor überhaupt geschikt zijn. Verder communiceert Feyenoord vooral mondjesmaat vanuit het eigen YouTube kanaal, waar een kritische setting al helemaal uit den boze is. Feyenoord lijkt het voorbeeld te volgen van clubs als Bayern München en PSG die steeds minder ruimte bieden voor open nieuwsgaring. Een trieste ontwikkeling. Het is dan ook niet gek dat een belangrijke, regionale speler als het AD al jaren een moeizame relatie heeft met de club.

Is het dan allemaal de schuld van Feyenoord? Nee, van het Nederlandse sportjournaille mag ook meer verwacht worden in hun schrijfsels over de club. Waar Ajax en PSV zich in de handjes mogen wrijven met scherpe ‘watchers’ als Freek Jansen en Marco Timmer, moet Feyenoord het met mindere goden doen. VI-journalist Iwan van Duren voert af en toe weinig samenhangende tirades tegen een nieuw stadion, zijn collega Martijn Krabbendam heeft er te vaak naast gezeten om nog serieus genomen te worden. De analyses van NOS Feyenoord-watcher Arvasoglu zijn vaak gemakzuchtig en beperkt zich tot dat het slecht is, en niet waarom het slecht is en AD-journalist Gouka dient vooral als buikspreekpop voor Van Hanegem.

Je zou denken dat Feyenoord voor voetbaljournalistiek Nederland  een prachtige ‘case’ is om echt kritische sportjournalistiek over te bedrijven, juist omdat er binnen dit instituut zoveel misgaat. Zelfs een fantastisch journalist en schrijver als Willem Vissers lijkt de vinger niet op de zere plek te kunnen leggen. De club heeft baat bij journalistiek die de club uiterst kritisch volgt, en kritisch volgen is iets anders dan afkraken. Voetballand Nederland heeft een sterk Feyenoord nodig.

Plaag 5 : ontsporend jeugdbeleid, behoudzucht breekt Varkenoord op

Tijdens de nieuwjaarsborrel van Feyenoord werd het groots aangekondigd door algemeen directeur de Jong: een viersporenbeleid. Naast het eerste elftal zijn er nog drie andere ‘sporen’ voor talenten om het wagonnetje op te zetten en zich zo op te werken naar een volwaardige profvoetballer. Dat zijn Feyenoord O/19, het beloftenelftal en – sinds kort – een samenwerking voor anderhalf jaar met FC Dordrecht. De triomfantelijke aankondiging dat jeugdspelers in de handen worden gelegd van een veredelde amateurclub met de laagste begroting in het betaalde voetbal, is misplaatst.

Het is al enkele jaren een stevig debat binnen Feyenoord, de groeiende kloof tussen Varkenoord en het eerste elftal. Het missen van de voetbalpiramide is achteraf gezien een blunder gebleken, al is Van Geel te trots om dat toe te geven. Dus, en dat besef drong in de zaal met Feyenoord-prominenten snel door, was dit een lapmiddel om het eigen falen te camoufleren. En lapmiddelen, die werken vaak niet.

Jari Schuurman

Eén van de naar Dordrecht vertrokken spelers, Jari Schuurman, was ooit één van de grootste talenten van Nederland in zijn lichting. Hij speelde samen met Frenkie de Jong en Steven Bergwijn, en trainers stelden hem altijd op. Waar de drie anderen inmiddels zo’n 150 miljoen euro waard zijn voor Ajax en PSV, moet de middenvelder toezien hoe zijn carrière in het slop geraakt is. Deels door pech, deels door zichzelf, maar ook deels door Feyenoord. Hoe bestaat het dat je contractspelers met enige regelmaat in een groep van maximaal zes spelers laat trainen? Het is veelzeggend in een recente geschiedenis van jongens die de laatste stap nooit hebben gezet. Er zijn heel wat spelers gesneuveld in het zicht van de haven, terwijl ze in de jaren daarvoor door heel Nederland getipt werden als de sterren van morgen. Het roept een prangende vraag op: hoe komt dat toch?

Allereerst is sportief perspectief noodzakelijk. Feyenoord is nooit écht een club geweest die de jeugd centraal stelde. Van Persie werd in de weg gelopen door Lurling. Wotte en Beenhakker trokken liever buitenlanders aan dan de weg over te steken en Van Geel doet nu hetzelfde. Onder Peter Bosz werd er een succesvol jeugdbeleid ingezet onder leiding van Stanley Brard, maar onder zijn leiding werd zo aan de korte termijn gedacht dat de club bijna failliet ging. En dat is meteen ook het eerste en enige moment in onze geschiedenis geweest, dat de jeugd voorrang kreeg, toen het echt niet anders kon. Velen bleken uiteindelijk niet goed genoeg, maar met de verkoop van o.a. Clasie, De Vrij en Martins Indi wist Feyenoord zich weer uit het slop te trekken.

Het is niet gek dat tegenwoordig spelers van het niveau Wattamaleo of Janota niet meer debuteren, het niveau van het eerste elftal is sinds 2009 omhoog gegaan. Toch is het veelzeggend dat een club die pretendeert voor jeugd te kiezen, ‘onvoldoende budget’ heeft voor deelname aan de voetbalpiramide, terwijl veel andere BVO’s met minder geld het wel ophoesten. Het kost geld, maar wat levert het op? Wat als Schuurman nu ook die vlieguren had kunnen maken die Frenkie de Jong heeft gehad?

Varkenoord

Dit alles staat nog los van het opleiden zelf, want op Varkenoord zelf is ook niet alles goed. Sterker nog, Feyenoord wordt met rasse schreden voorbij gelopen door clubs als AZ, die jeugdbeleid centraal stellen. Zij gaan niet uit van principes die Feyenoord hanteert, zoals dat winnen in de jeugd centraal moet staan, terwijl dat talentontwikkeling zou moeten zijn. Op het verouderde Varkenoord, dat eindelijk vernieuwd wordt, krijgen kleine spelers die opboksen tegen het zogeheten geboortemaandeffect steevast het deksel op de neus. De fysiek van spelers wordt te belangrijk gemaakt, terwijl je met kinderen werkt die allemaal een verschillende groeicurve hebben. Een voorbeeld is Orkun Kökcü, die in z’n eerste jaar in de Academy veel problemen had om aan te haken, hij zat midden in zijn groeispurt en had te maken met aanhoudende groeipijnen. Nu is het ons grootste talent.

Wat nog schrijnender is, is dat er gewerkt wordt met een vaste elf en drie bankzitters. Ben je de 12e speler, zie dan nog maar aan minuten te komen. Het is naast het conservatisme van veel jeugdtrainers een ergernis voor talenten en hun omgeving. “Je mag blij zijn dat je bij Feyenoord mag voetballen” klinkt leuk, maar kan Feyenoord zich die houding veroorloven? Want die talenten en hun omgeving krijgen van vriendjes in de NL elftallen te horen hoe het er daar aan toe gaat bij buitenlandse clubs met een professionalisme en randvoorwaarden waar op Varkenoord alleen maar van gedroomd wordt.

Als het beleid dan ook nog eens afwijkt van wat de KNVB adviseert, dan roept dat vraagtekens op. Feyenoord is één van de weinige profclubs die al vroeg (O/11 en O/12) talenten op een groot veld laten spelen. Naast de fysieke offers krijgen talenten per wedstrijd ook veel minder de bal, terwijl de frequentie van die momenten waarop ze in de kleine ruimte snel moeten handelen op jonge leeftijd enorm bijdraagt aan de technische en inzichtelijke ontwikkeling. Feyenoord heeft de plannen die de KNVB heeft uitgedacht voor de jongste jeugd, in de wind geslagen. Ook de geluiden over het onrendabele scouten onder de 10 jaar worden glashard genegeerd: Feyenoord is één van de clubs die talenten al op zeer jonge leeftijd scout.

Wat moet er anders?

Wat moet er dan anders? Feyenoord moet scouten in een later stadium van de jeugdopleiding, als de kaarten meer geschud zijn. Blijf niet hopen op de noodzakelijke stappen van twijfelachtige talenten, maar ververs sneller. Daarvoor is een grotere pot vanuit het Maasgebouw nodig, maar in dit geval weet je dat het rendement op gaat leveren. In verhouding investeren we minder dan Ajax in de jeugdopleiding en véél minder dan AZ. Twee clubs waar talenten wel door blijven komen richting eerste elftal. Er is bovendien een aantrekkelijke voetbalvisie nodig waaraan men trouw blijft.

Bij Feyenoord blijft alles bij het oude vertrouwde. Wie met een liniaal de randvoorwaarden bijhoudt,  loopt de kans om buitengewone parels te ontlopen. Iets dat bij Feyenoord meer dan eens heeft plaatsgevonden. Gezien de bizarre prijzen die er in het profcircuit worden betaald zal Feyenoord alleen nog aan kunnen haken als het goed jeugdbeleid voert. De uitzonderlijke toppers kunnen je namelijk je jaarbegroting opleveren.

De terugkeer van hoofd jeugdopleidingen Brard is met luid gejuich ontvangen, maar het is onzin om al het slechte in de schoenen van zijn voorganger Grootscholten te schuiven. Grootscholten wilde wél verandering, zijn ontslag kun je ook zien als een overwinning van het conservatisme. Een veranderagenda stuit traditioneel gezien op veel weerstand bij de club, zeker als je gaat morrelen aan de methode van Wim Jansen. De komende periode met Brard zal ook de terugkeer van voormalig personeel betekenen, want ons kent ons. Feyenoord zal zo blijven rondhangen in het eigen cirkeltje, zonder daar kennis en kunde van buitenaf aan toe te voegen, terwijl er heel veel kansen liggen om innovatieve, frisse mensen binnen te halen in een cruciale periode van verandering binnen het Nederlandse voetbal.

Plaag 6: diep geworteld conservatisme in de club

Directie en RVC

Wie naar de huidige samenstelling van de directie en raad van commissarissen van Feyenoord kijkt, ziet weinig jong, nieuw bloed. Zowel de directie, de stadiondirectie als het management van Feyenoord bestaat uit lang zittende mannen. Bestuurders die er korter dan acht jaar zitten zijn op één hand te tellen, jong talent vind je er bijna niet. Nu is het flauw om iemand zijn functioneren bij voorbaat af te katten door een lange staat van dienst. Ook mensen die lang bij een werkgever werken kunnen immers hun waarde hebben in een organisatie, maar toch, vaak zijn er in een organisatie waar iedereen blijft zitten waar hij zit twee zaken mogelijk: of iedereen presteert uitstekend en er is geen enkele reden tot klagen, dit is tamelijk uitzonderlijk, of twee: er heerst een excuuscultuur die stagnatie in de hand werkt.

Stilstaand water gaat meuren. Dat is in een organisatie net zoals in de natuur. Wie geen ruimte biedt voor vernieuwende ideeën over voetbal, maar ook over hoe je een complexe organisatie als een BVO leidt, loopt achter. Als je in zoveel geledingen mensen hebt zitten die hun professionele ervaring grotendeels bij Feyenoord hebben opgedaan, raken nieuwe ontwikkelingen in de sport en maatschappij uit het vizier.

Zoektocht naar een nieuwe trainer

De behoudzucht zit in meer geledingen in en rond de club. Je kunt nu al weer zien dat, nu er een nieuwe trainer gezocht wordt, er uit een beperkte pool van Nederlanders gezocht gaat worden. Hemeltergende clichés zullen gebruikt worden door analisten als ‘de trainer moet bij de club passen’, ‘hij moet begrijpen waar Feyenoord voor staat, hard werken en mouwen opstropen’. Het wordt bijna karikaturaal als ‘de Feyenoorder’ weer eens wordt besproken. Dat heeft de club aan zichzelf te danken met een wervingsbeleid dat zo gespeend is van iedere creativiteit. Vaak wordt er uitgegaan van het bekende, zelden wordt de gok gewaagd met vernieuwing.

Maar conservatisme zit hem in nog meer dingen. Neem het terugverlangen naar Jorien van den Herik als sterke man. Door velen wordt vol nostalgie teruggekeken naar de jaren met de GKL (grote kale leider) aan het roer. Veelgehoorde drogredenen zijn: ‘hij heeft ons gered’ of ‘in die jaren stond er tenminste iemand’. Let wel, dat Van den Herik zijn portemonnee trok in de periode dat de club het ’t hardst nodig had is meer dan te prijzen, maar dan nog is zijn jarenlange mismanagement na het behalen van de UEFA Cup genoeg reden om hem een bestuurskamerverbod voor het leven te geven.

Van den Herik speelt daarin de laatste tijd een sluw spel op de achtergrond, een deel van de harde kern paaiend met zijn plotse aversie tegen het nieuwe stadion. Schaamteloos werpt hij zich op als tegenstander van het bouwwerk, terwijl het Van den Herik was die altijd fel voor een nieuw stadion was.  In feite hoopt hij op vernieuwde invloed nu de treuzelende en onzekere algemeen directeur Jan de Jong zijn heil zoekt in advies van een voorganger. Het zou voor de zoveelste keer een stap terug naar het bekende zijn, en de club weer vele stappen terug werpen.

Wat heeft de club dan wel nodig?

In de betweterige voetballerij heeft niemand de waarheid in pacht, wij ook niet. Wij zien het lastige parket waarin Feyenoord budgettair zit in vergelijking met de concurrenten. Maar dat mag geen vrijbrief zijn om beleid maken en uitvoeren uit te stellen. De tijden dat er gezwelgd kon worden in zelfmedelijden over de financiële mogelijkheden zijn definitief voorbij. Dat verhaal paste bij het Feyenoord van 2009, niet van 2019 nu groene cijfers al enkele jaren de jaarrekening kleuren. Daarnaast, toen Trencin met een budget van 2 miljoen euro beter positiespel speelde dan Feyenoord in de Europa League hoorde je niemand over dat budgettaire verschil. Het is een argument dat zeer selectief van stal wordt gehaald.

Gebruik de vervagende competitie en landsgrenzen door online je kansen te benutten. Ook Feyenoord kan internationaal supporters werven als het een krachtig verhaal heeft. Ajax profileert zich nadrukkelijk als talentenfabriek van Europa en handelt daar ook naar met sterke social media campagnes. Wat is het verhaal van Feyenoord en hoe sluit de handelswijze daar op aan?

De identiteit van de club is afgevlakt tot hard werken en loyaliteit: betekenisloze clichés en in de praktijk niet terug te zien in de handelswijze of communicatie van de club. Met alleen hard werken win je geen prijzen, daar is een duidelijk technisch beleid voor nodig. Clubs als Hoffenheim, Leipzig en Genk weten met eigenzinnig beleid clubs met hogere begrotingen voorbij te gaan en prijzen te pakken. Waarom is bij Feyenoord geen greintje progressie te bespeuren nadat de hoogste omzet ooit is behaald?

Marketingmachine

Als je clubbeleid daarnaast is om loyaliteit van één kant te laten komen door alleen tegen supporters te praten en niet met, dan ben je niet bezig om een succesvolle club op te bouwen. Als er al een clubidentiteit en voetbalvisie is, dan is deze niet terug te vinden in communicatie, beleidskeuzes of spelopvatting.

Nog steeds is de merkwaarde van de club groot – heel Nederland kent de club, haar clublied en het stadion – en de waarde daarvan is groot in een gefragmenteerd marketing landschap. Als volksclub zou je een sympathieke marketingmachine kunnen zijn, voor veel merken. We betwijfelen ernstig of de huidige lichting bestuurders die capaciteit heeft. De autistische communicatie in belangrijke dossiers doet het tegendeel vermoeden.

Als de nieuwe financiële armslag niet gepaard gaat met creativiteit in het wervingsbeleid, zowel op het veld als in het Maasbouw, gaat Feyenoord de facto weinig opschieten de komende jaren. Sterker nog, dan wordt het bijna terugverlangen naar een volgende crisis. Want een crisis, voortkomende uit het Griekse woord ‘krisis’ wat beslissing betekent, dwingt de clubleiding om keuzes te maken. Het dwingt de club tot de broodnodige verandering. Want Feyenoord, je staat stil.