Van de polonaise om de 6-2 op 27 januari naar mineur op 3 februari om de 2-1 bij Excelsior. Het leven van een Feyenoord supporter in een notendop.

Zo stomverbaasd en trots als ik vorige week zondag de dag heb doorgebracht, zo stomverbaasd ben ik nu ook weer, alleen die van vorige week was er één om in te lijsten, deze van vandaag is om te janken.

Het is zoals met een grote liefde, je ziet veel door de vingers, bedekt veel met de mantel der liefde, maar als er te veel rottigheid gebeurt dan begint de liefde, beetje bij beetje, af te brokkelen, de tolerantiegrens wordt minder en minder en irritaties krijgen de overhand. Ik merk bij mezelf dat ik mijn grens begin te bereiken, dat ik me steeds vaker afvraag of de club al deze teleurstellingen nog wel waard is.

De club verandert en dat hoeft niet persé slecht te zijn, ik denk zelfs dat verandering, zoals met alles in het leven, onvermijdelijk is. Het is meer de toon die mij verontrust. Bedreigingen om een mening beginnen normaal te worden, net als het elkaar voor rotte vis uitmaken, of zoals het constante gezeik tegen en over de club een dagelijks terugkerend iets is. De tolerantiegrens is laag en het maakt de sfeer in en rond de club er niet prettiger op.

Op dagen als vandaag dan denk ik, wat moet ik nog met die club? Weegt het plezier nog wel op tegen het chagrijn?

Op social media, na de teleurstellende prestatie tegen weer een club uit het rechter rijtje, noemde ik de club een klote club en daarop kreeg ik de reactie dat ik dan mijn conclusies moet trekken en dus geen geen rood-wit meer voor mij. Het idee wordt steeds aantrekkelijker en dat na tientallen jaren supporter te zijn geweest van deze club, maar wat moet ik er nog mee?