In de 6 plagen van Feyenoord bespreken: Bart Toorenaar, Jack van Fraeijenhove en Stijn van Pelt sommen de zes grootste plagen van de organisatie vandaag de dag op. Met nu plaag 5

Plaag 5 : ontsporend jeugdbeleid, behoudzucht breekt Varkenoord op

Tijdens de nieuwjaarsborrel van Feyenoord werd het groots aangekondigd door algemeen directeur de Jong: een viersporenbeleid. Naast het eerste elftal zijn er nog drie andere ‘sporen’ voor talenten om het wagonnetje op te zetten en zich zo op te werken naar een volwaardige profvoetballer. Dat zijn Feyenoord O/19, het beloftenelftal en – sinds kort – een samenwerking voor anderhalf jaar met FC Dordrecht. De triomfantelijke aankondiging dat jeugdspelers in de handen worden gelegd van een veredelde amateurclub met de laagste begroting in het betaalde voetbal, is misplaatst.

Het is al enkele jaren een stevig debat binnen Feyenoord, de groeiende kloof tussen Varkenoord en het eerste elftal. Het missen van de voetbalpiramide is achteraf gezien een blunder gebleken, al is Van Geel te trots om dat toe te geven. Dus, en dat besef drong in de zaal met Feyenoord-prominenten snel door, was dit een lapmiddel om het eigen falen te camoufleren. En lapmiddelen, die werken vaak niet.

Jari Schuurman

Eén van de naar Dordrecht vertrokken spelers, Jari Schuurman, was ooit één van de grootste talenten van Nederland in zijn lichting. Hij speelde samen met Frenkie de Jong en Steven Bergwijn, en trainers stelden hem altijd op. Waar de drie anderen inmiddels zo’n 150 miljoen euro waard zijn voor Ajax en PSV, moet de middenvelder toezien hoe zijn carrière in het slop geraakt is. Deels door pech, deels door zichzelf, maar ook deels door Feyenoord. Hoe bestaat het dat je contractspelers met enige regelmaat in een groep van maximaal zes spelers laat trainen? Het is veelzeggend in een recente geschiedenis van jongens die de laatste stap nooit hebben gezet. Er zijn heel wat spelers gesneuveld in het zicht van de haven, terwijl ze in de jaren daarvoor door heel Nederland getipt werden als de sterren van morgen. Het roept een prangende vraag op: hoe komt dat toch?

Allereerst is sportief perspectief noodzakelijk. Feyenoord is nooit écht een club geweest die de jeugd centraal stelde. Van Persie werd in de weg gelopen door Lurling. Wotte en Beenhakker trokken liever buitenlanders aan dan de weg over te steken en Van Geel doet nu hetzelfde. Onder Peter Bosz werd er een succesvol jeugdbeleid ingezet onder leiding van Stanley Brard, maar onder zijn leiding werd zo aan de korte termijn gedacht dat de club bijna failliet ging. En dat is meteen ook het eerste en enige moment in onze geschiedenis geweest, dat de jeugd voorrang kreeg, toen het echt niet anders kon. Velen bleken uiteindelijk niet goed genoeg, maar met de verkoop van o.a. Clasie, De Vrij en Martins Indi wist Feyenoord zich weer uit het slop te trekken.

Het is niet gek dat tegenwoordig spelers van het niveau Wattamaleo of Janota niet meer debuteren, het niveau van het eerste elftal is sinds 2009 omhoog gegaan. Toch is het veelzeggend dat een club die pretendeert voor jeugd te kiezen, ‘onvoldoende budget’ heeft voor deelname aan de voetbalpiramide, terwijl veel andere BVO’s met minder geld het wel ophoesten. Het kost geld, maar wat levert het op? Wat als Schuurman nu ook die vlieguren had kunnen maken die Frenkie de Jong heeft gehad?

Varkenoord

Dit alles staat nog los van het opleiden zelf, want op Varkenoord zelf is ook niet alles goed. Sterker nog, Feyenoord wordt met rasse schreden voorbij gelopen door clubs als AZ, die jeugdbeleid centraal stellen. Zij gaan niet uit van principes die Feyenoord hanteert, zoals dat winnen in de jeugd centraal moet staan, terwijl dat talentontwikkeling zou moeten zijn. Op het verouderde Varkenoord, dat eindelijk vernieuwd wordt, krijgen kleine spelers die opboksen tegen het zogeheten geboortemaandeffect steevast het deksel op de neus. De fysiek van spelers wordt te belangrijk gemaakt, terwijl je met kinderen werkt die allemaal een verschillende groeicurve hebben. Een voorbeeld is Orkun Kökcü, die in z’n eerste jaar in de Academy veel problemen had om aan te haken, hij zat midden in zijn groeispurt en had te maken met aanhoudende groeipijnen. Nu is het ons grootste talent.

Wat nog schrijnender is, is dat er gewerkt wordt met een vaste elf en drie bankzitters. Ben je de 12e speler, zie dan nog maar aan minuten te komen. Het is naast het conservatisme van veel jeugdtrainers een ergernis voor talenten en hun omgeving. “Je mag blij zijn dat je bij Feyenoord mag voetballen” klinkt leuk, maar kan Feyenoord zich die houding veroorloven? Want die talenten en hun omgeving krijgen van vriendjes in de NL elftallen te horen hoe het er daar aan toe gaat bij buitenlandse clubs met een professionalisme en randvoorwaarden waar op Varkenoord alleen maar van gedroomd wordt.

Als het beleid dan ook nog eens afwijkt van wat de KNVB adviseert, dan roept dat vraagtekens op. Feyenoord is één van de weinige profclubs die al vroeg (O/11 en O/12) talenten op een groot veld laten spelen. Naast de fysieke offers krijgen talenten per wedstrijd ook veel minder de bal, terwijl de frequentie van die momenten waarop ze in de kleine ruimte snel moeten handelen op jonge leeftijd enorm bijdraagt aan de technische en inzichtelijke ontwikkeling. Feyenoord heeft de plannen die de KNVB heeft uitgedacht voor de jongste jeugd, in de wind geslagen. Ook de geluiden over het onrendabele scouten onder de 10 jaar worden glashard genegeerd: Feyenoord is één van de clubs die talenten al op zeer jonge leeftijd scout.

Wat moet er anders?

Wat moet er dan anders? Feyenoord moet scouten in een later stadium van de jeugdopleiding, als de kaarten meer geschud zijn. Blijf niet hopen op de noodzakelijke stappen van twijfelachtige talenten, maar ververs sneller. Daarvoor is een grotere pot vanuit het Maasgebouw nodig, maar in dit geval weet je dat het rendement op gaat leveren. In verhouding investeren we minder dan Ajax in de jeugdopleiding en véél minder dan AZ. Twee clubs waar talenten wel door blijven komen richting eerste elftal. Er is bovendien een aantrekkelijke voetbalvisie nodig waaraan men trouw blijft.

Bij Feyenoord blijft alles bij het oude vertrouwde. Wie met een liniaal de randvoorwaarden bijhoudt,  loopt de kans om buitengewone parels te ontlopen. Iets dat bij Feyenoord meer dan eens heeft plaatsgevonden. Gezien de bizarre prijzen die er in het profcircuit worden betaald zal Feyenoord alleen nog aan kunnen haken als het goed jeugdbeleid voert. De uitzonderlijke toppers kunnen je namelijk je jaarbegroting opleveren.

De terugkeer van hoofd jeugdopleidingen Brard is met luid gejuich ontvangen, maar het is onzin om al het slechte in de schoenen van zijn voorganger Grootscholten te schuiven. Grootscholten wilde wél verandering, zijn ontslag kun je ook zien als een overwinning van het conservatisme. Een veranderagenda stuit traditioneel gezien op veel weerstand bij de club, zeker als je gaat morrelen aan de methode van Wim Jansen. De komende periode met Brard zal ook de terugkeer van voormalig personeel betekenen, want ons kent ons. Feyenoord zal zo blijven rondhangen in het eigen cirkeltje, zonder daar kennis en kunde van buitenaf aan toe te voegen, terwijl er heel veel kansen liggen om innovatieve, frisse mensen binnen te halen in een cruciale periode van verandering binnen het Nederlandse voetbal.

Lees ook:

Plaag1: Technisch toevalsbeleid

Plaag 2: een uitgeblust commercieel beleid

Supportersgeweld gestoeld op wederzijds wantrouwen

Plaag 4: old-fashioned communicatie en mediabeleid