In de 6 plagen van Feyenoord bespreken: Bart Toorenaar, Jack van Fraeijenhove en Stijn van Pelt sommen de zes grootste plagen van de organisatie vandaag de dag op. 

Plaag 4: old-fashioned communicatie- en mediabeleid

Nieuw stadion

Op 21 december werd niet onbelangrijk nieuws gemeld voor Feyenoord: een nieuw stadion kwam een flinke stap dichterbij door een akkoord op de concept financiering. Je zou denken: zo’n stap in de toekomst van de club verdient wel wat toelichting richting supporters over het hoe en waarom. Maar niet bij Feyenoord. Officieel ligt de communicatie rondom het stadion bij de projectgroep en niet bij de club, maar een interview vanuit directie over de beweegredenen achter zo’n kolossale stap zou voor een geïnteresseerde supporter waardevol zijn. Nee, Feyenoord kiest er voor een kostbare glossy Magazine te herlanceren met zouteloze items. Symbolisch voor het communicatiebeleid van Feyenoord.

Sinds de dag dat Raymond Salomon de scepter zwaait is het passiviteit troef. Salomon is de typische old-school PR-man, die zijn directieleden in bescherming neemt tegen een barre, boze buitenwereld. Niet zelf het initiatief nemen over hoe je een verhaal naar buiten brengt, maar reactief te werk gaan als de stront de propeller heeft geraakt. Neem bijvoorbeeld de vele maatschappelijke initiatieven die Feyenoord in de stad initieert. Je hoort er nooit wat over, omdat er niet over wordt gecommuniceerd.

Kritiekloos

Die passiviteit vertaalt zich ook in een moeizame relatie met de pers. Officieel zijn Metro en RTV Rijnmond de mediapartners van de club, maar wat dat partnerschap precies inhoudt mag Joost weten. Tot goede, inhoudelijke informatievoorziening leidt het niet vaak, en het is de vraag of zulke media daarvoor überhaupt geschikt zijn. Verder communiceert Feyenoord vooral mondjesmaat vanuit het eigen YouTube kanaal, waar een kritische setting al helemaal uit den boze is. Feyenoord lijkt het voorbeeld te volgen van clubs als Bayern München en PSG die steeds minder ruimte bieden voor open nieuwsgaring. Een trieste ontwikkeling. Het is dan ook niet gek dat een belangrijke, regionale speler als het AD al jaren een moeizame relatie heeft met de club.

Is het dan allemaal de schuld van Feyenoord? Nee, van het Nederlandse sportjournaille mag ook meer verwacht worden in hun schrijfsels over de club. Waar Ajax en PSV zich in de handjes mogen wrijven met scherpe ‘watchers’ als Freek Jansen en Marco Timmer, moet Feyenoord het met mindere goden doen. VI-journalist Iwan van Duren voert af en toe weinig samenhangende tirades tegen een nieuw stadion, zijn collega Martijn Krabbendam heeft er te vaak naast gezeten om nog serieus genomen te worden. De analyses van NOS Feyenoord-watcher Arvasoglu zijn vaak gemakzuchtig en beperkt zich tot dat het slecht is, en niet waarom het slecht is en AD-journalist Gouka dient vooral als buikspreekpop voor Van Hanegem.

Je zou denken dat Feyenoord voor voetbaljournalistiek Nederland  een prachtige ‘case’ is om echt kritische sportjournalistiek over te bedrijven, juist omdat er binnen dit instituut zoveel misgaat. Zelfs een fantastisch journalist en schrijver als Willem Vissers lijkt de vinger niet op de zere plek te kunnen leggen. De club heeft baat bij journalistiek die de club uiterst kritisch volgt, en kritisch volgen is iets anders dan afkraken. Voetballand Nederland heeft een sterk Feyenoord nodig.

Lees ook

Plaag 1: technisch toevalsbeleid

Plaag 2: een uitgeblust commercieel beleid

Plaag 3: supportersbeleid gestoeld op wederzijds wantrouwen